Vrijwel alle ouders maken het mee: een periode waarin je kind slecht slaapt. Janneke wordt bijvoorbeeld een paar maal per nacht wakker en Maarten is al om vijf uur niet meer van plan verder te slapen. Slecht slapen komt vaak voor. Dat is erg vervelend voor je kind. Maar ook jouw nachtrust wordt verstoord. Dat heeft weer gevolgen voor overdag. Door slaaptekort reageer je sneller geïrriteerd (ook naar je kind) en je kunt last krijgen van concentratieproblemen op je werk of in andere situaties.

Download onze "Slecht slapen, wat doe je hier aan" flyer

Tip 1.
Structuur zorgt ervoor dat je kind weet wat het kan verwachten: uitkleden, tanden poetsen, een verhaaltje vertellen, elkaar gedag zeggen. Vaste tijden en een vast patroon geven je kind rust in het hoofd.

Tip 2.
Een klein lampje, of de deur op een kier, maakt dat je kind weet waar het is. Even in de buurt van de slaapkamer blijven geeft zekerheid dat je niet weg bent.

Tip 3.
Je kunt de dag goed afsluiten door samen te praten over de fijne dingen die gebeurd zijn. Je kind valt dan makkelijker in slaap. Laat een ouder kind eventueel nog wat lezen, maar niet in een te spannend boek.

Tip 4.
Een vervelende gebeurtenis, als je kind boos is of ruzie in huis geven spanning in het hoofd. Spreek hier samen over en stel je kind gerust.

Tip 5.
Als je zelf rustig blijft, dan is de kans groot dat je kind zich ontspant en gaat slapen.

Tip 6.
Soms kan een slaapprobleem de sfeer in je gezin sterk bepalen. Je komt als ouder niet meer tot rust en overdag raak je snel geïrriteerd. Als het echt de spuigaten uitloopt, probeer dan voor een nacht of een paar nachten een logeeradres te vinden bij familie of kennissen of vraag een oppas. Dan kun je zelf weer even tot rust komen.

Tip 7.
Met oudere kinderen kun je afspreken dat ze een beloning kunnen verdienen als ze ’s avonds en ’s nachts in hun bed blijven of ’s morgens rustig op hun kamer spelen, totdat je zelf opstaat.

Tip 8.
Houd eens een dagboekje bij met gebeurtenissen overdag, het tijdstip waarop je kind naar bed gaat, wakker wordt en het aantal keren dat het tussendoor wakker wordt. Misschien ontdek je een verband tussen de dag en de nacht en krijg je snel ideeën voor een oplossing.

Tip 9.
Als je ’s nachts je kind hoort, ga er dan niet direct heen. Het valt misschien vanzelf weer in slaap. Lukt dat niet, ga er dan even naar toe. Doe daarbij liever geen licht aan. Je kind mag niet de indruk krijgen dat papa of mama het komt halen of gezellig wil spelen.

Tip 10.
Als je kind een nachtmerrie heeft, troost het dan en geef de zekerheid dat alles goed is. Bij nachtangsten en slaapwandelen kun je een kind beter niet wakker maken. Dat geeft verwarring. Zorg ervoor dat je slaapwandelende kind zich niet kan bezeren en sluit bijvoorbeeld traphekjes om onveilige situaties