Beroepsonderwijs

Na het vmbo kan je kind doorstromen naar het middelbaar beroepsonderwijs (mbo). Vanwege de kwalificatieleerplicht moeten leerlingen na het vmbo nog minimaal een mbo-diploma op niveau 2 behalen. Daarna moeten jongeren voldoen aan de [a=1892,werkleerplicht]. Dit betekent dat ze moeten werken of doorstuderen.

Middelbaar beroepsonderwijs

Er zijn honderden verschillende mbo-opleidingen. Veel vmbo-sscholieren gaan daarom naar open dagen om een leuke studierichting te kiezen. De studierichtingen op het mbo zijn:

  • bouw en industrie;
  • techniek;
  • creatieve en grafische vakken;
  • aarde en milieu;
  • dieren;
  • rechten en bestuur;
  • voeding en horeca;
  • vervoer en logistiek;
  • toerisme;
  • economie;
  • zorg en opvoeding.

Niveaus

Alle mbo-opleidingen worden op verschillende niveaus aangeboden, eigenlijk net zoals er op het [a=1827,vmbo] ook vier verschillende leerwegen zijn. De leerwegen van het vmbo en de niveaus op het mbo sluiten op elkaar aan. Mbo-opleidingen kennen de volgende vier niveaus:

  1. assistent-beroepsbeoefenaar;
  2. medewerker of basisberoepsbeoefenaar;
  3. zelfstandig medewerker of zelfstandig basisberoepsbeoefenaar;
  4. middenkaderfunctionaris of gespecialiseerd beroepsbeoefenaar.

Wanneer je kind een mbo-opleiding op minimaal niveau 2 heeft afgerond, kan het natuurlijk een leuke baan zoeken. Met niveau 4 is het ook mogelijk door te stromen naar het [a=3063,hoger beroepsonderwijs] (hbo).

Speciaal beroepsonderwijs

Er zijn speciale instituten voor beroepsonderwijs. Hier kunnen jongeren met een handicap naartoe die niet terechtkunnen in het reguliere beroepsonderwijs. Jongeren kunnen bij deze instituten een erkend vmbo-diploma of een erkend mbo-diploma behalen.

 

Goedgekeurde informatie!

[img=1259570]Stichting Opvoeden.nl zorgt er met ouders en deskundigen uit de wetenschap en praktijk voor dat deze informatie betrouwbaar en actueel blijft.